Make your own free website on Tripod.com

Digitale Digibeten

 

Jo Jongen

 

Het zeer interessante artikel van Jan Westenbrink zal niet voor iedereen even begrijpelijk overkomen en daarom toog uw redacteur naar  Jan  om met eigen ogen en oren een beetje wegwijs te geraken in de digitale wereld. Jan is sinds jaar en dag als fervente hobbyist en begaafd (amateur) jazzpianist betrokken bij de ontwikkeling en fabricage van de voor insiders zeer bekende ‘Kerkdrielse’ rollenponsmachine. Een flink uit de kluiten gewassen enorm apparaat dat alweer bijna 20 jaar geleden werd ontwikkeld door enkele zeer gedreven hobbyisten. Zelf heb ik van zeer nabij vele jaren lang naar de  vorderingen mogen kijken. Helaas waren en zijn mijn technische capaciteiten niet van dien aard dat ik er ooit een zinnige bijdrage aan heb kunnen leveren. Een driemanschap bestaande uit Jan Westenbrink, Fred Bernouw en Bas de Ruiter vormde al in 1983 het team dat het plan had opgevat om een rollenponsapparaat te gaan ontwikkelen. Jan en Fred hadden bepaalde ideeën omtrent hoe muziekrollen te kunnen vervaardigen en Bas beschikte thuis over het nodige gereedschap waaronder een draaibank en lasapparatuur. Computers waren nog nauwelijks in beeld en het geheel zou mechanisch worden bediend. Deze rollenponsmachine -het woord machine mag je met een gerust hart aan dit apparaat toekennen- komt zeer imposant over. Zal de dag ook niet vergeten dat een zekere Klaas Robers, die bij hetzelfde bedrijf werkzaam was waar ik eveneens mijn boterham trachtte te verdienen, bij mij thuis op bezoek was en zeer geïnteresseerd bleek te zijn in mijn pianola en verder pratend ook in de bewuste ponsmachine. Klaas heeft verstand van computers, schaft een pianola aan en verklaart de oorlog aan het gestuntel met al dat mechanische gedoe met de ponsmachine. Het is vele jaren geleden dat zult u bemerken als ik vertel dat door de inspanning van Klaas de ponsmachine werd omgebouwd en middels een ‘computer’ werkend op cassettebandjes ging functioneren. Iedere vrijdagavond kwamen de heren bijeen om aan hun vinding te werken. Doch in het computertijdperk gaat alles razendsnel en nadat de machine functioneerde bleek de toegepaste computerapparatuur al zeer snel niet meer van deze tijd te zijn. Het project leek een langzame dood te sterven en een voor een haakten de heren af, behalve Jan Westenbrink. Na zijn pensionering  beschouwde hij het als een uitdaging om het apparaat te verbeteren.  Een andere computer met de juiste software en een zogenaamde stappenmotor werden aangeschaft en inmiddels zijn de eerste rollen vervaardigd. Kijkend naar de demonstratie die Jan voor mij bij hem thuis verzorgd sta ik sprakeloos omtrent de vele mogelijkheden die de computer ons nu al brengt en wat zal in de nabije toekomst nog allemaal volgen vraag ik me hierbij af. De Midifiles waarover Jan in zijn artikel rept kun je zo van het internet plukken. Midi heeft alles met muziek te maken en staat voor Musical Instruments Digital Interface. Digitale Digibeten, waartoe ook ik behoor, behoeven zich niet te schamen als je er geen snars van begrijpt want ooit was ook de telefoon een wereldwonder en telefoneren is geen kunst meer. En heeft ook de typemachine niet het veld moeten ruimen voor Word Perfect. Jan geeft een hele demonstratie hoe hij de signalen van een grammofoonplaat en cd omzet in allemaal ‘golfjes’ die weer op het scherm van zijn computer zichtbaar worden. Deze ‘golfjes’ -muziek files- kan hij weer aanpassen door dingen weg te laten of er aan toe te voegen. Voor mij is Jan een grote tovenaar en dan te bedenken dat hij volgens zijn eigen woorden ook maar een beginneling is en weer samenwerkt met iemand die meer verstand heeft van de benodigde software dan hijzelf. Het is al weer een tiental jaren geleden dat ik ter ere van een memorabele gebeurtenis twee rollen kreeg aangeboden ingespeeld door Hugo van Neck en vervaardigd op de ‘Kerkdrielse machine’. Chopin achtige bewerkingen op het Limburgse Volkslied ‘Waar in bronsgroen eikenhout. In die jaren rolden ook enige jazzy-rolls uit de machine ingespeeld door onder andere Dick Hyman, Fats Waller en Ralph Sutton, doch eveneens een viertal rollen van Stravinsky. Vol ontzag heb ik nu naar de kwaliteit gekeken van de rollen die nu door deze machine zijn geponst in zowel 88- alsook 65-toons uitvoering. Doordat slechts één beitel alle gaatjes kapt beschikt de machine in principe over de mogelijkheid om alle denkbare rollen te fabriceren. Het is werkelijk fascinerend om te bekijken hoe die ene beitel steeds weer, gaatje na gaatje, zijn weg zoekt naar exact de juiste positie op de papieren rol om vervolgens dat ene gaatje feilloos te ponsen. Het zal duidelijk zijn dat voor de fabricage van een rol een groot aantal uren zijn gemoeid, doch welke oprechte hobbyist maalt daarom?